Aflevering 94 Abramović: ‘Ik ben altijd een soldaat geweest’

Foto overgenomen van http://the-talks.com/interview/marina-abramovic/.

Vindt Marina Abramović, als slachtoffer van jarenlang huiselijk geweld, verlichting van haar psychische pijn in zelfverwonding? Deze vraag is terecht in het licht van het hele verhaal in de afleveringen 88 t/m 93. Het antwoord erop is echter geen eenvoudig ja of nee.

Het kan zijn dat de keuze voor performances met zelfverwonding gemotiveerd is door haar heftige verleden. Maar er is meer aan de hand.

Abramović heeft bijvoorbeeld niet alleen maar performances gedaan waarbij ze zichzelf verwond, haar oeuvre is veelzijdiger dan dat.

Een tweede belangrijk punt is de tijd. De filosoof Jerrold Levinson heeft tijd in zijn definitie genoemd ‘X is een kunstwerk op tijdstip t…’ (zie aflevering 49). In de tijd dat Abramović haar eerste heftige performances deed, was ze niet de enige. Er kantelde in die periode van alles in de kunstwereld. Er is niet alleen Fountain geweest, waarover ik in dit feuilleton al veel geschreven heb (in aflevering 30 voor het eerst). Er was meer, veel meer.

Een laatste punt is hoe ze zichzelf ziet. In een interview zegt Abramović: ‘Ik ben altijd een soldaat geweest’ (The Talks, june 13, 2012). Ze voelt zich meer soldaat dan feminist, of eigenlijk ontkent ze telkens opnieuw dat ze feminist is, terwijl haar werk prima past tussen de kunst van de feministische avant-garde. In haar memoir Walk through walls (2016, p.66-67) schrijft ze:

Mijn vader en moeder hadden veel fouten; maar het waren wel heel dappere, sterke mensen en ze hebben veel van die kracht en moed aan mij doorgegeven. Een groot deel van mij vindt het onbekende, het idee dat je risico’s neemt, reuze spannend en enorm opwindend. Als het om riskante dingen gaat, zit ik nergens mee. Ik ga er gewoon voor. […] Rythm 10 was volkomen gestoord. Het was gebaseerd op een drankspelletje van Russische en Joegoslavische boeren: je spreidt je vingers op een houten bar of tafel en steekt er razendsnel een scherp mes tussen. Elke keer als je mist en jezelf in je hand steekt, moet je een glas leegdrinken. Hoe zatter je wordt, hoe groter de kans dat je jezelf steekt. Net als Russische roulette gaat het om moed, dwaasheid, wanhoop en duisternis – het volmaakte Slavische spel.

De performance Rythm 10 is beschreven in aflevering 88.

De komende afleveringen besteed ik aandacht aan de drie in deze aflevering genoemde punten.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Advertenties

Aflevering 93 Abramović: ‘ik heb me nooit thuis gevoeld’

Bed. Idee, foto en bewerking: Susan Hol, 2013-2018.

In diverse biografieën en interviews valt te lezen dat Marina Abramović veel werd geslagen om allerlei, voor haar vaak onnavolgbare, redenen. ‘Thuis’ was een uiterst onveilige en gewelddadige omgeving voor de kleine meid. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat ze het verblijf van een jaar in het ziekenhuis omschrijft als de gelukkigste, meest geweldige tijd van haar leven.

In de biografie When Marina Abramović dies (James Westcott, 2014, p.16) valt te lezen dat Abramović in het ziekenhuis was opgenomen vanwege een toenemende versterkte bloedingsneiging na de diverse klappen (zoals een neusbloeding die nauwelijks stopte), maar ook omdat de wond van een uitgevallen melktand dagenlang bleef bloeden. Voor de aandoening hemofilie (niet of nauwelijks te stoppen bloeding) werd uiteindelijk geen enkele aanwijzing gevonden, aldus Westcott.

De precieze oorzaak en welke behandeling effectief kon zijn bleven een mysterie. Wat niemand indertijd bedacht, schrijft Westcott, was de mogelijkheid van psychosomatiek. Volgens Westcott kon het een psychosomatische reactie zijn op de komst van haar broertje, een hysterische truc om de aandacht en liefde van haar ouders te winnen. Als bewijs daarvoor noemt hij een vergelijkbaar medisch geval in een voetnoot (Westcott, 2014, p.16).

Mocht Westcott hierin gelijk hebben, dan zou ik eraan toe willen voegen dat het ook een manier was om aan de eenzaamheid en het fysieke geweld te ontsnappen. De door hem gebruikte term ‘hysterisch’ begrijp ik dan in de vroege freudiaanse betekenis: psychische problemen die zich uiten in lichamelijke symptomen. In mijn werk als dramatherapeut ben ik dit regelmatig tegengekomen. Zo bleek een oudere vrouw met hoge bloeddruk, die naar eigen zeggen ‘verder niks mankeerde’, een fikse innerlijke strijd te voeren over de situatie rondom het overlijden van haar echtgenoot zes jaar daarvoor. Via theaterachtige spelsituaties kwam dit aan bod en ter sprake. Het heeft haar geholpen: de hoge bloeddruk verdween.

Het is, met andere woorden, goed mogelijk dat de kleine Marina zichzelf onbewust een dienst bewees en een veilig heenkomen creëerde in het ziekenhuis. Ze vertelt in het boek Getting there (Segal, 2015, p. 109): ‘Iedereen zorgde voor mij en niemand strafte mij. Ik heb me nooit thuis gevoeld in mijn eigen huis en ik voel me nooit ergens thuis.’

De in haar vroege kinderjaren, maar ook nog lang daarna, opgelopen psychische pijn, de doelbewuste, herhalende en directe handeling van de zelfverwonding (zie afleveringen 88 t/m deze aflevering), het ‘klopt’ allemaal. Als je puur naar deze aspecten kijkt, kun je Marina Abramović een slachtoffer van huiselijk geweld noemen die verlichting van haar psychische pijn vindt in zelfverwonding. Maar is dat het hele verhaal?

N.B. Er zijn talloze boeken en artikelen van en over Abramović. Wil je meer over haar leven weten? Keuze genoeg. Ik denk dat James Westcott met zijn biografie When Marina Abramović dies, het meest volledig is. Abramović heeft eraan meegewerkt. Het meest recente boek van haar is Walk through walls, een memoir. Dat is een mooi verhaal maar … nou ja, in mijn blog over dat boek heb ik dat duidelijk verwoord.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 92 Abramović: ‘alles was extreem’

Omslag ‘Getting there’, overgenomen van https://www.bol.com/nl/f/getting-there/9200000040610721/.

Marina Abramović’ grootmoeder nam de kleine Marina in huis omdat ze zich zorgen maakte over haar gezondheid. Uit die tijd stamt ook een vrij typisch verhaal, genoteerd door James Westcott in When Marina Abramović dies (2014, p.13).

Dat verhaal gaat als volgt: grootmoeder Milica moest kleindochter Marina op een dag even alleen thuis laten. Ze zette haar kleindochter aan tafel met een glas water voor zich en zei dat Marina moest blijven zitten. Ze zou gauw weer terug zijn. Twee uur later kwam Milica terug. Ze zag dat haar kleindochter in exact dezelfde houding zat als toen ze wegging en niet eens een slokje water had genomen.

Toen ik dit las was mijn eerste gedachte: als iets Abramović performances kenmerkt, is het wel dit soort uithoudingvermogen. Of moet je het wilskracht noemen? Of is het een soort hardnekkige koppigheid, een gevoel van ‘ik zal ze eens wat laten zien’?

Abramović zelf vertelt dat ze op haar zesde teruggestuurd werd naar haar ouders (bijv. in het boek Getting there, Segal, 2015, p. 109), maar Westcott (2014, p.15) laat ons weten dat ze met haar grootmoeder in het huis van haar ouders gaat wonen omdat er een baby op komst is, het broertje van Abramović.

Voor Abramović breekt dan een periode aan die ze zelf omschrijft als ‘heel ongelukkig. Ik ben opgegroeid met ongelooflijke controle, discipline en geweld thuis. Alles was extreem. Mijn moeder kuste me nooit. Toen ik vroeg waarom, zei ze: “Om je niet te verwennen, natuurlijk.” Ze had een bacteriefobie, zodat ze me niet toestond om met andere kinderen te spelen uit angst dat ik misschien een ziekte zou krijgen. […] Ik bracht het grootste deel van mijn tijd alleen door op mijn kamer. Er waren veel, veel regels. Alles moest in perfecte staat zijn. Als ik slordig in bed sliep, maakte mijn moeder me midden in de nacht wakker en droeg me op om recht laten slapen.’ (Getting there, Segal, 2015, p. 109.)

En zo gaat het nog even door…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 91 Abramović’ psychische pijn

Omslag ‘When Marina Abramović dies’, overgenomen van https://www.bol.com/nl/f/when-marina-abramovic-dies/39672046/.

Of er bij Abramović sprake is van psychische pijn? Nou en of! En daar hoef je niet naar te raden, want zij vertelt er zelf al vele jaren over. In menig interview en boek kun je haar verhalen lezen over hoe gemeen, liefdeloos en rigide haar moeder was, hoe afwezig haar vader, hoe ze zich na de komst van haar broertje helemaal in de steek gelaten voelde en hoe heftig ze mishandeld is.

Haar leven begint met een leugen over haar geboortedag. Ze is 30 november 1946 in Belgrado, Joegoslavië, geboren, maar haar ouders lieten haar in de waan dat dit 29 november was. Heel apart nietwaar. Waarom deden ze dat?

Abramović’ ouders waren trotse partizanen en streden voor een vrij Joegoslavië. Zij wilden daarom niets liever dan dat de verjaardag van hun dochter plaatsvond op de dag dat de staat Democratisch Federaal Joegoslavië (in 1943) werd opgericht. Later, op 29 november 1945, werden – na het verslaan van de nazi’s – de communisten verkozen in de regering en werd de Federale Volksrepubliek Joegoslavië uitgeroepen. Josip Broz Tito benoemde zichzelf toen als minister-president.

Alle kinderen die op 29 november waren geboren, werden uitgenodigd om deel te nemen aan de parades op de dag van de Republiek. Deze kinderen kregen op die speciale dag extra cadeautjes, werden publiekelijk geadoreerd en kregen de kans om Tito te ontmoeten. Zo niet Marina Abramović. Elk jaar weer, zo schrijft James Westcott in de biografie When Marina Abramović dies (2014, p.9), werd ze opnieuw teleurgesteld.

De pijn van Marina Abramović zit in deze jaarlijks terugkerende teleurstelling. Pas rond haar tiende jaar kwam ze erachter dat haar echte verjaardag op 30 november is. Als dit verhaal waar is, dan weet ze van jongs af aan al dat niet zij maar haar land op de eerste plaats staat bij haar ouders.

In het boek Getting there (Segal, 2015, p. 109) vertelt Abramović dat haar ouders partizanen en nationale helden waren, en heel erg streng. Tegelijkertijd vertelt ze dat haar ouders nauwelijks kende, omdat ze tot haar zesde jaar bij haar grootmoeder woonde. Haar ouders waren volgens Abramović zo druk met hun carrières dat zij voor haar alleen maar twee vreemdelingen waren die op zaterdag op visite kwamen en cadeautjes meenamen.

James Westcott schrijft in When Marina Abramović dies (2014, p.9) dat het in die tijd in Joegoslavië vrij normaal was dat grootouders de volledige verantwoordelijkheid voor hun kleinkinderen namen, vooral als de ouders veeleisend werk hadden.

Waarom nam de grootmoeder Marina Abramović in huis?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 90 Eufoor gevoel na zelfverwonding

Foto: Susan Hol, 2013.

De redenen om in je eigen vlees te snijden zijn legio, dat doe je niet zomaar. Het lijkt mij niet iets dat je op een achternamiddag voor je plezier maar eens een keer gaat doen. Het is geen spel.

Het is, tenminste zo zie ik het, een zelfregulerende handeling. Het is, citeer ik Lut De Rijdt met instemming: ‘de bedoeling om tot een zekere spanningsreductie te komen’ (Zelfverwonding, 2012, p.105, zie ook aflevering 86). Het is ook vaak een poging om weer in het hier en nu te komen.

Hoe werkt dat? Als iemand niet kan omgaan met een toenemende inwendige spanning, kan volgens Lut De Rijdt die spanning zo groot worden dat het leidt tot een toestand van leegte, depersonalisatie: hij voelt zich niet meer verbonden met het hier en nu. Om zichzelf weer te laten terugkeren naar de werkelijkheid van het hier en nu, verwondt hij zichzelf. (De Rijdt, Zelfverwonding, 2012, p.106-107.)

Na de zelfverwonding is de spanning weg. Vaak geeft het een goed gevoel, ‘soms omdat een lichamelijke pijn de aandacht heeft afgeleid van een psychische pijn, die veel moeilijker te verdragen is’ (De Rijdt, Zelfverwonding, 2012, p.107). Als je eenmaal jezelf voor de eerste keer hebt verwond, aldus De Rijdt, wil je dat eufore gevoel na de spanningsreductie weer ervaren ‘wat uiteraard verslavend werkt’ (2012, p.107).

Volgens Lut de Rijdt is er bij automutilatie altijd een factor genot aanwezig: na de ‘daad’ is er een zekere gelukzaligheid. Het gevoel van genot en bepaalde neurobiologische factoren werken volgens haar het verslavende karakter in de hand: ‘Wie in zijn vingers snijdt, ervaart dit doorgaans als zeer pijnlijk, zodat hij stopt en zijn lichaam beschermt. Bij patiënten met automutilatie vinden we trauma’s in de voorgeschiedenis, een afwijkende pijnperceptie. […] Pijnprikkels veroorzaken in die uitzonderlijke omstandigheden een afscheiding van bèta-endorfines in de hersenen. Deze zwakken de pijnperceptie af, waardoor de pijnprikkel een eufoor gevoel geeft.’ Als neurologische circuits eenmaal hierop zijn ingesteld, fungeren ze volgens De Rijdt zelfbestendigend. (De Rijdt, 2012, p.107.)

Is er bij Abramović sprake van psychische pijn?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 89 Zelfverwonding: herhalende en directe handeling

Foto en bewerking: Susan Hol, 2012-2018

Een ander belangrijk kenmerk van zelfverwonding is het herhalende karakter, het gebeurt nooit een enkel keertje. De vele littekens op de huid van de cliënt die zichzelf verwondt, zijn hiervan stille getuigen. Keer op keer ontstaan er voor de cliënt momenten waarop hij zichzelf beschadigt.

Het is niet moeilijk een herhalend karakter te herkennen in het werk van de kunstenaar Marina Abramović. Het gaat niet om een enkele performance met zelfbeschadigende handelingen die eruit springt, als een toevalligheid, als een eenmalig optreden dat afwijkt van de rest van haar performances. Er is een duidelijke voortgang te zien: de ene na de andere performance is bloedig, gewelddadig en zelfbeschadigend.

Een derde en laatste belangrijk kenmerk van opzettelijke zelfverwonding is: het is direct, er ontstaat onmiddellijke beschadiging van het lichaam. Het scheermesje snijdt in de huid en beschadigt de weefsels.

Mark Kinet, psychiater en (klinisch) psychotherapeut, omschrijft het zo: ‘een direct […] repetitief gedrag dat weefselbeschadiging veroorzaakt’ (Kinet, Zelfverwonding, 2012, p.85, zie ook aflevering 86). Zijn collega Lut de Rijdt, psychiater en psychoanalytica, noteert iets vergelijkbaars: ‘[…] gedrag waarbij op directe wijze een fysiek letsel wordt aangebracht’ (in Zelfverwonding, 2012, p.105).

Het gaat dus niet om zoiets als alcoholisme, want daarbij is er geen direct lichamelijk letsel. De alcoholist krijgt op den duur wel last van bijkomende verschijnselen, bijvoorbeeld aangetaste organen zoals de hersenen en lever, maar daar is hij niet op uit.

In de performances van Abramović gaat het duidelijk vooral om die directe handeling, de schade die haar eigen huid oploopt door haar eigen toedoen. Ik kan dat niet treffender verwoorden dan Roos van der Lint doet in haar bespreking van de allernieuwste Abramović-biografie Walk through walls: ‘Tegen het einde van haar memoires komt er een fotograaf die haar portret wil schieten, niet haar gezicht maar haar littekens. Abramović wordt bijna jaloers van dat mooie idee. De lijnen in haar nek, aangebracht met een scheermes door het publiek van Rhythm 0,de sporen op haar handen van de messen die ze tussen haar vingers stak in Rhythm 10en de ster op haar buik voor Thomas Lips– het is de tastbare opbrengst van een carrière in de performancekunst.’ (Van der Lint, 2017, in de Groene Amsterdammer.)

Blijft over de terechte vraag van Mark Kinet in het boek Zelfverwonding: ‘Hoe kom je erbij in je eigen vlees te snijden?’ (2012, p.85, zie ook aflevering 86).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 88 Zelfverwonding: doelbewuste handeling

Rythm 10, Abramović, 1973. Foto gevonden op: https://gwilymphotography.wordpress.com/2016/01/06/marina-abramovic/ Klik op foto voor actieve link.

Hoewel Abramović een paar keer bijna dood was (zie aflevering 87) en zichzelf tijdens haar performances opzettelijk verwondt, is er geen sprake van verminkingen waarbij ze een of meer lichaamsdelen kwijtraakt (zie aflevering 86).

Haar zelfverwonding moeten we dus scharen onder de ‘lichtere’ vormen. Maar dan zijn we er nog niet. Een belangrijk aspect bij zelfverwonding is de opzettelijkheid ervan, het bewuste handelen. Het gebeurt nooit ‘per ongeluk’, het is altijd een doelbewuste handeling.

Als zelfverwonding alleen om dit aspect ging, dan was de conclusie snel getrokken. Abramović gaat bij haar performances doelbewust en doelgericht te werk. Daar zit bitter weinig toeval bij. Neem Rythm 10 (1973) waarbij Abramović razendsnel met een mes tussen gespreide vingers van haar op de vloer gedrukte hand steekt. Dat is van begin tot eind uitgewerkt:

‘I turn on the first taperecorder.
I take the first knife and stab in between the fingers of my left hand as fast as possible.
Every time I cut myself I change the knife.
When I’ve used all of the knives (all of the rythms) I rewind the tape recorder.
I listen to the recording of the first part of the performance.
I concentrate.
I repeat the first part of the performance.
I take the knives in the same order, follow the same order, follow the same rhythm, and cut myself in the same places.
In this performance the mistakes of time past and time present are synchronized.
I rewind the second tape recorder and listen to the double rhythm of the knives.
I leave.’ (Klaus Biesenbach, 2013, p.12, in: Kristine Stiles, Klaus Biesenbach & Chrissie Iles, Marina Abramović. New York: Phaidon)

Abramović verwondt zichzelf in deze performance opzettelijk en doelbewust met messen. In die zin is er geen verschil met de cliënt die zichzelf opzettelijk verwondt. Hoe zit dat met het volgende aspect?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.