Aflevering 151 Feministisch realisme en expressionisme

Klaproos in het groen, Susan Hol, 2013-2015.

Terwijl ik twijfelde over het werk van Miriam Cahn (aflevering 150), of er bij dat werk wel sprake is van kunst of misschien eerder van creatieve therapie (zie aflevering 149), dacht ik ineens aan het expressionisme.

Natuurlijk! Hoezo therapie! De expressionisten lieten zich net als Miriam Cahn (en vele andere kunstenaressen) inspireren door wat er van binnen speelde. Zij probeerden gevoelens en ervaringen op directe en spontane wijze vorm te geven.

Zo zie je maar weer, ook mijn vooroordelen over vrouwen en expressie zijn nog steeds ‘besmet’ door een patriarchale visie: een vrouw die haar gevoelens uitdrukt doet eerder denken aan therapie dan aan kunst. Ha! Echt niet! Tenzij dat ook voor mannen geldt.

Dus, hoeveel verschillen nou eigenlijk kunstenaars als Miriam Cahn (afleveringen 148 en 150) en bijvoorbeeld Louise Bourgeois (afleveringen 115-138) van mannen als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Mark Rothko?

De laatste drie kunstenaars zijn bij het grote publiek zeer welbekende expressionisten, de eerste twee zijn nauwelijks bekend. Al doet Bourgeois inmiddels qua bekendheid behoorlijk goede zaken.

Het grote verschil tussen deze vrouwen en mannen is dat de mannen het voordeel hadden van ‘geschreven taal’, zoals Julie Nicoletta opmerkt in haar artikel Louise Bourgeois’s Femmes-Maisons (in het boek Reclaiming female agency. Feminist art history after postmodernims. Eds. Norma Broude and Mary D. Garrard, 2005, p.368).

Die geschreven taal kwam van bijvoorbeeld de critici Clement Greenberg en Harold Rosenberg. Deze mannen karakteriseerden de schilderijen van de drie mannelijke kunstenaars in masculiene termen, gericht op de afmetingen en agressiviteit van hun werk. Over hun tijdgenoot en mede-expressionist Louise Bourgeois geen woord.

Of zoals Julie Nicoletta schrijft: ‘Werken in andere media dan de schilderkunst of gemaakt door andere kunstenaars dan de Amerikaanse man met Europese wortels, kregen geen belangrijke plaats in de beweging’ (2005, p.368-369).

Wat Nicoletta niet opmerkt, maar waar het weekblad De Groene Amsterdammer een artikel aan heeft gewijd, is de overdonderende hoeveelheid media-aandacht voor Jackson Pollock. Aandacht die hij mede te danken heeft aan de geschriften van Greenberg en Rosenberg. Het artikel in de Groene, uit 1999, is een aanrader, het is leuk en leesbaar en getiteld Jack de Dripper.

Tijd om deze tussenstop te verlaten. Wat heeft het feministisch realisme nog meer te bieden?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Advertenties

Aflevering 142 Vrouwelijke seksuele beeldtaal bij ‘officiële’ kunst

Louise Bourgeois. Labyrinthine Tower. Foto: Susan Hol, 2019, genomen van het boek ‘Louise Bourgeois, An Unfolding Portrait’, door Deborah Wye (MoMa, New York, 2017), p.82.

Bij sommige kunstenaars (v) is het helemaal niet moeilijk om die vrouwelijke beeldtaal, en dan vooral de seksuele beeldtaal, te ontwaren (zie aflevering 141). Het spectrum kunstenaars met deze beeldtaal heeft twee uitersten: de totaal ontkennende en de totaal omarmende.

Aan de totaal ontkennende kant staan de vrouwelijke kunstenaars voor wie het persoonlijk bedreigend is om die vrouwelijke seksuele/erotische beeldtaal in hun eigen werk onder ogen te zien, zo schrijft Lippard in haar boek From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976, p.69-73). Het is er wel, maar zij zien het niet of willen het niet zien. Georgia O’Keeffe was daar een duidelijk voorbeeld van (zie aflevering 141).

Aan de totaal omarmende kant staan de vrouwelijke kunstenaars die juist heel gericht geïnteresseerd zijn in kunst waarin de vrouw, haar lichaam, erotiek, seksualiteit en genitaliën centraal staan. Het gaat hen niet zozeer om ‘seks of orgasme, maar meer over de ervaring van de vrouwelijke genitaliën als een levend, zoekend, pulserend organisme’, zo staat er in Lippard boek.

Judy Chicago maakte deel uit van deze totaal omarmende groep kunstenaars. Zij heeft indertijd bewust een groot deel van haar oeuvre gewijd aan de vormgeving van alles wat met vrouwen te maken heeft (zie ook de afleveringen 107-114). Haar grote voorbeeld, o ironie, was het werk van de totaal ontkennende Georgia O’Keeffe.

Tussen deze uitersten is er natuurlijk een enorme middengroep, waarin aanvaarding, neutralisering en botwegge ontkenning in allerlei gradaties voorkomen, zo merkt Lippard terecht op. Ze rekent Louise Bourgeois (zie ook afleveringen 115-138) tot deze middengroep.

Bourgeois heeft de jaren meegemaakt waarin de seksuele beeldtaal van vrouwen alleen werd geaccepteerd als deze subliminaal was, dat wil zeggen op zo’n manier weergegeven dat je het niet meer bewust kunt waarnemen. De kunstenaar moest daarnaast gezien kunnen worden als een broos medium waarvan de ‘natuurlijke’ handelingen ‘cultureel’ werden geïnterpreteerd door anderen, aldus Lippard.

Ze haalt een citaat van Bourgeois aan, die zich het volgende herinnert uit die periode: ‘Lange tijd werd het seksuele aspect in mijn kunst niet openlijk erkend. Mensen spraken over de erotische aspecten, over mijn obsessies, maar ze bespraken niet de fallische aspecten. Als ze dat wel hadden gedaan, zou ik gestopt zijn met die beeldtaal. […] Nu geef ik toe dat ik deze beeldtaal gebruik, ik schaam mij er niet voor.’

De dialoog over of er zoiets als vrouwelijke beeldtaal bestaat en wat het dan is, heeft zich gericht op seksuele concepten. Waarom?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 138 Louise Bourgeois is beroemd op haar tachtigste

Louise Bourgeois, 10AM is When You Come to Me, 2006, detail. Foto: Susan Hol, 2010, met toestemming Haags Gemeentemuseum, in kader van artikelen over vrouwen in de kunst voor tijdschrift Lover.

In 1982, een paar jaar na Lucy Lippard haar essay over Louise Bourgeois en het beroemd worden van haar werk Femme Maison (1976, zie aflevering 137), heeft Bourgeois haar eerste solotentoonstelling in het MoMa. Overigens is dit het eerste retrospectief van een vrouwelijke kunstenaar, ooit.

In de jaren 1990 (Bourgeois is dan inmiddels 70 jaar) komt haar werk steeds meer op grote overzichtstentoonstellingen wereldwijd terecht. Een van haar cellen staat bijvoorbeeld op de Documenta in Kassel (1992) en een jaar later is haar werk te zien op de Biënnale in Venetië. In 2000 verzorgt ze met I do, I undo, I redo de inauguratie van de Turbineha in het Tate Modern en in 2007/8 heeft ze een hele grote tentoonstelling in Tate Modern.

Haar kunstenaarschap blijft een dagelijkse activiteit, waaronder een samenwerkingsproject met Tracey Emin (Do Not Abandon Me) en een ander project met poëet Bary Indiana (To Whom It May Concern), tot ze komt te overlijden op 31 mei 2010.

Het is Louise Bourgeois vergaan zoals de Guerrilla Girls het op hun poster The Advantages of Being a Woman Artist uit 1986 schrijven: Als vrouwelijke kunstenaar heb je het voordeel dat je weet dat je carrière zou kunnen verbeteren na je tachtigste.

In de afgelopen 42 afleveringen is het gegaan over feminisme en feministische kunstenaars zoals Judy Chicago en Louise Bourgeois. Ik wil de komende afleveringen nog even blijven ‘hangen’ bij een artikel van Lucy Lippard, getiteld ‘What is female imagery?’. Het is een weerslag van een gesprek uit 1973 tussen Lippard, Linda Nochlin, Joan Snyder en Susana Torre, respectievelijk kunstcritica, kunsthistorica, kunstenares (abstracte schilderijen) en architecte.

Waarom zo’n ‘oud’ artikel van stal halen? Omdat het de eerste stappen zijn op weg naar het verhelderen van de beeldtaal van vrouwen en de eventuele verschillen daarin tussen mannen en vrouwen.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 137 Louise Bourgeois’ carrière in vogelvlucht

Louise Bourgeois. Knife Figure, 2002. Foto: Susan Hol, 2019, genomen van het boek ‘The return of the repressed’, door Philip Larratt-Smith (Violette, London, 2012), p.259.

Met Els Kloek haar boek in handen en de tentoonstelling 1001 vrouwen nog vers in het geheugen (zie aflevering 136), pak ik de draad weer op en ga verder met Louise Bourgeois. Er is wel een les van Kloek haar werk te leren. Haar twee lijvige delen 1001 vrouwen maken volkomen helder dat je met hardnekkige volharding van heel weinig (vrouwen in de geschiedschrijving) heel veel (zichtbare vrouwen) kunt maken. Een les die ik graag ter harte neem. Al is mijn route vooral de filosofisch analytische esthetica, met de vraag hoe vrouwen hun weg hebben gevonden in het lang door mannen gedomineerde terrein van de kunsten.

Is dat ook weer even helder.

Als Bourgeois gaat deelnemen aan feministische activiteiten rond het jaar 1970, dan is zij dus al een zestigplusser! Je zou haast vergeten hoe lang zij op de aardbol rondzwerft als in de vroege jaren 1970 de feministische kunstbeweging op stoom komt. Ze zit vol energie en haar inzet is groot. Daarnaast heeft haar werk niets aan zeggingskracht verloren, alleen al gezien het feit dat een werk van haar uit 1940 (Femme Maison) boegbeeld wordt voor feministische kunstenaars in de jaren 1970. Dat komt misschien juist omdat haar abstracte kunst zo direct en eerlijk beïnvloedt is door haar psyche (zie aflevering 115) en zij als vanzelfsprekend feminist is.

Al heeft ze voor dat feminisme wel erg goede redenen, want een bekend kunstenaar worden heeft alles te maken met het verspreiden, bekendmaken en de ontvangst van kunstwerken, en daar moest zij erg lang op wachten. Pas in 1945 (Bourgeois is dan al 34 jaar en vele jaren kunstenares) heeft ze haar eerste expositie, in New York, met twaalf schilderijen.

In die jaren 1940 bestaat de New Yorkse kunstwereld vooral uit de alomtegenwoordige overheersende aanwezigheid van haar mannelijke evenknieën in het abstract expressionisme, zoals Jackson Pollock, Barnett Newman, Mark Rotko. Deze mannen worden door elke zichzelf respecterende tentoonstellingsmaker binnengehaald. Ze worden in vele kranten, tijdschriften en boeken over beeldende kunst besproken en ze werden al werkende gefilmd voor documentaires. Voor hen is bekend worden geen probleem!

Voor Louise Bourgeois daarentegen was het tergend moeilijk om een poot aan de grond te krijgen. Maar in 1951 (Bourgeois is dan 40 jaar) koopt Alfred Bark, directeur van het MoMa in New York een werk van haar. Het is de éérste keer dat een sculptuur van haar wordt gekocht. Nog eens vijftien jaar later, in 1966, was er de tentoonstelling Eccentric Abstraction (zie aflevering 130), maar de werkelijke doorbraak van Louise Bourgeois vindt tien(!) jaar later plaats, in 1976 (let wel, Bourgeois is dan 65 jaar). In dat jaar prijkt het werk Femme Maison op het omslag van Lucy Lippards boek From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976) en staat daarin ook het essay dat Lucy Lippard in 1975 over Bourgeois schreef.

Daarna gaat het iets sneller…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 135 Louise Bourgeois’ activisme

Louise Bourgeois, Molotov Cocktail, circa 1968, bronze, 4 x 9 x 3½ inch, 1 from an edition of 6. Gevonden op: https://www.mutualart.com/Artwork/Molotov-Cocktail/614DC604DC32A90E.

Een minder bekende kant van Louise Bourgeois is dat ze altijd politiek actief is geweest. Als je over haar en haar werk leest lijkt ze alleen de blik naar binnen te keren, maar niets is minder waar. Het werk The Marchers is belangrijk (zie aflevering 134) omdat het die politieke activiteit laat zien. Het gaat, naast ander werk zoals Molotov Cocktail (1968), in op het bestaan van de Vietnamoorlog.

Een vroeger politiek getint werk is The Blind Leading the Blind (1949), een zwarte latei met puntig palen (een foto ervan staat op mijn Pinterestbord). Bourgeois maakte dit werk rond de tijd dat zij, met Duchamp en Ozenfant, werd onderzocht door de House Un-American Activities Committee.

Rond het jaar 1970 gaat Bourgeois ook deelnemen aan feministische activiteiten, waaronder protestmanifestaties, tentoonstellingen en paneldiscussies. Ze doet bijvoorbeeld mee aan een demonstratie bij het Whitney Museum of American Art. Het museum heeft in haar tentoonstelling 1970 Annual Exhibition: Contemporary American Sculpture zo goed als geen vrouwelijke kunstenaars opgenomen en daar wordt tegen geprotesteerd.

Haar afbeelding Femme Maison (Vrouw Huis), dat ze al in de jaren 1940 heeft gemaakt, wordt ineens een icoon voor de feministische kunstbeweging. Dat komt doordat het op het omslag van From the center, feminist essays on women’s art(Dutton, New York, 1976) is geplaatst, het boek van Lucy R. Lippard. Haar beeld bereikt op die manier een groter publiek en veel vrouwen. Femme Maison is een fotogravure van een vrouwelijk naakt die in plaats van een hoofd een huis op haar schouders heeft staan. Huiselijkheid in plaats van eigenheid, geen gezichtsuitdrukking maar een façade, gevangen in een huis en geen eigen identiteit.

Aan Bourgeois hoefde je niet uit te leggen wat de plaats van een vrouw moest zijn in de ogen van een man, of meer precies, in de ogen van haar ondermijnende vader. Haar uitbeelding ervan was het werk Femme Maison, een feministisch werk voordat het feminisme goed op stoom raakte. In tegenstelling tot Marina Abramović, die steevaste ontkent dat ze feminist is (zie bijvoorbeeld aflevering 95), is Bourgeois dat wel met een vanzelfsprekendheid die van binnenuit lijkt te komen.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 134 Louise Bourgois’ cumulus

Cumulus. Foto: Susan Hol, 2011.

In het jaar na de invloedrijke groepsexpositie Eccentric Abstraction in 1966, maakt Louise Bourgeois haar eerste reis naar Pietrasanta, Italië. Ze laat zich niet weerhouden door de traditionele reputatie van Italië. Bourgeois wil daar leren werken in marmer en ze werkt ook in een bronsgieterij. Ze is tot vroeg in de jaren 1970 regelmatig in Pietrasanta te vinden.

De door Lucy R. Lippard genoemde ‘zinnelijk glanzende koepels bedekt door een barokke draperie waaruit sommigen tevoorschijn komen en waaronder andere zich verschuilen’ (Artforum, 13, no.7, maart 1975, zie ook aflevering 130), zijn daar in Italië in marmer gevormd. Bourgeois noemde deze werken, een serie, Cumul. De wolkenliefhebbers herkennen de verwijzing naar cumulus, van die stapelwolken die uit meerdere bolletjes lijken opgebouwd.

Het motief is ook terug te vinden in tekeningen van geclusterde heuvels en heuvel-borst-wolken die ze eerder maakte. Zelf zei Bourgeois: ‘Als we heel erg compulsief zijn, is alles wat we tot onze beschikking hebben de herhaling, en dat drukt de validiteit uit van wat we te zeggen hebben. Dit is zo belangrijk voor mij dat alles wat ik kan verzinnen is herhalen en herhalen en herhalen.’

De marmeren vormen die Bourgeois gebruikt voor haar serie, zijn de basisvormen voor de marmeren potten, vazen en kruiken die voor toeristen gemaakt worden. Lippard vind dit wel passend. Ik kan haar daarin niet volgen en ze legt ook niet uit waarom ze dat vindt. Als meest indrukwekkend gebruik van deze vormen noemt Lippard het werk The Marchers (1972). Een voor mij totaal onbekend werk en op internet is ook niet veel duidelijkheid te vinden over wat nu het echte werk is.

The Marchers is in 1972/73 getoond bij de Whitney Annual, en bestond uit een groot aantal kolommen met geslepen vlakken van diverse maten en kleuren, geplaatst op de vloer in rijen die noch chaotisch noch geordend waren. Het gaf een beeld van een plechtige menigte en door de belichting gaf het een effect van beweging.

Waarom is dit werk belangrijk?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 130 Louise Bourgeois’ werk in de jaren 1960

Louise Bourgeois.Germinal en Soft Landscape II. Foto: Susan Hol, 2019, genomen van het boek ‘Louise Bourgeois, An Unfolding Portrait’, door Deborah Wye (MoMa, New York, 2017), p.154.

Het werk dat Louise Bourgeois in de jaren 1960 maakt heeft Lucy R. Lippard bloemrijk omschreven in haar artikel in Artforum (13, no.7, maart 1975). Ik neem dat bijna letterlijk over. Lippard schrijft over: ‘menigten (ofwel meerdere staande vormen) van borst-fallus uitsteeksels, vingerachtige groeisels, afgeronde cilinders met diverse verticale of horizontale accenten. Soms zijn het flexibele trossen, zich omhoog duwend uit ruig terrein, soms kogelvormen op een vlak platform, soms zinnelijk glanzende koepels bedekt door een barokke draperie waaruit sommigen tevoorschijn komen en waaronder andere zich verschuilen.’

Lucy Lippard organiseerde in 1966 de invloedrijke groepsexpositie Eccentric Abstraction, in Fischbach Gallery, New York. Daar werd werk getoond van Bourgeois, Eva Hesse, Bruce Nauman, en andere kunstenaars. In die tijd waren er fikse discussies over de vraag of er een ‘women’s art’ was. Ik weet niet goed hoe ik dit moet vertalen. Vrouwenkunst? Kunst voor en door vrouwen? Kunst met een vrouwelijke inslag?

Hoe dan ook, in die tijd zaten de vrouwen middenin die discussie en Lippard zag toentertijd wel dat het te vroeg was om conclusies te trekken. Waarom? Omdat kunst onvermijdelijk beïnvloed wordt door andere kunst die publiekelijk zichtbaar is gemaakt, wat toen (en nu nog steeds?) inhield: kunst gemaakt door mannen.

Tijdens het organiseren van Eccentric Abstraction had ze wel het een en ander gezien dat haar opviel aan het werk van vrouwen.

Wat was dat!?!

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.