Aflevering 344 Vrouwen kiezen vrouwen

De kwestie die het vrouwenkunstenaarscollectief The Women’s Workshop of the Artists’ Union aanroert in hun statement is het kunstenaarsisolement (zie aflevering 343). Dit heeft volgens Roszika Parker en Griselda Pollock twee kanten:

  1. door de mythe van individuele creativiteit staat elke er kunstenaar alleen voor, wat in de praktijk niet alleen tot het isolement van kunstenaars leidt, maar ook tot uitbuiting;
  2. de specifieke ervaring van vrouwen dat zij afgesneden zijn van elkaar en van publieke erkenning als kunstenaar.*

De samenwerking in het vrouwenkunstenaarscollectief is een reactie op deze beperkingen en is tegelijkertijd een progressieve kritiek erop, aldus Parker en Pollock. En natuurlijk staan zij niet alleen, want sinds 1970 nemen feministische kunstenaars in Europa, Noord- en Centraal-Amerika, Australië en elders het initiatief tot collectieve projecten. Ze organiseren tentoonstellingen met alleen werk van vrouwen (all-women exhibitions) en laten zich zien op allerlei andere culturele en politieke terreinen.*

In New York bijvoorbeeld formeren vrouwen in 1970 een Ad Hoc Committee of Women Artists, om te protesteren tegen de magere 5 procent deelnemende vrouwen in het Whitney Museum of American Art: dat moet naar 50 procent!* Louise Bourgeois is overigens ook bij deze Whitney-demonstratie (zie aflevering 135). Het gaat om de tentoonstelling 1970 Annual Exhibition: Contemporary American Sculpture, waarin zo goed als geen vrouwelijke kunstenaars zijn opgenomen.

Andere protesten leiden tot de formatie van Women in the Arts, die een all-women exhibition organiseert getiteld Women Choose Women. De tentoonstelling vindt plaats in het New York Cultural Centre in 1973.

De video bij deze aflevering is van de tentoonstelling Women Choose Women, Again, die plaatsvond in 2014. Vele kunstenaars die in 1973 meededen aan Women Choose Women doen nu weer mee en een aantal wordt geïnterviewd.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Advertenties

Aflevering 343 Het probleem van isolement

The Stepney Sisters performing at the Women’s Free Art Alliance on the occasion of their exhibition, 14th Feb 1975, King Henry’s Road, London. Photograph: Gabriella Grasso. Gevonden op: https://archive.ica.art/whats-on/women-working-collectively-what-your-value.

In de vroege jaren 1970 is er een explosie aan politieke energie, schrijven Roszika Parker en Griselda Pollock in hun introductie, getiteld Fifteen years of feminist action: From practical strategies tot strategic practices, in hun boek.*

Ze plaatsen daarmee de vrouwenzaak meteen in een breder perspectief, namelijk de maatschappelijke gebeurtenissen die óók plaatsvinden ten tijde van de opkomst van de vrouwenbeweging.

Die explosie aan politieke energie gaat gepaard met een groei aan politieke bewegingen, waarvan volgens Parker en Pollock de vrouwenbeweging een van de meest vitale is. Het samenkomen van de vrouwen groeit uit tot nieuwe vormen van kunst, nieuwe manieren van werken, en, voor de vrouwen, een positief zelfbewustzijn als feministische kunstenaars. Geen enkele andere politieke beweging in de jaren 1970 dan de vrouwenbeweging, heeft een vergelijkbaar effect op de beeldende kunst.*

De vrouwenkunstbeweging blijft nauw betrokken bij de vrouwenbeweging. De identificatie van kunstenaars met de politieke beweging heeft feministen gedwongen nieuwe en complexe kwesties, en zelfs tegenstrijdigheden, het hoofd te bieden. Hierdoor zijn diverse acties en belangrijke debatten ontstaan in de feministische kunstpraktijk.*

Een van de vroegst georganiseerde groepen met vrouwelijke kunstenaars – The Women’s Workshop of the Artists’ Union – schrijft over het waarom van een collectief het volgende: ‘We vormen een vrouwelijk kunstenaarscollectief vanwege onze vergelijkbare situaties. We delen dezelfde, zo niet identieke isolementproblemen. Het gaat niet alleen om vrouwelijke kunstenaars die dit isolement ervaren, maar ook om het algemene isolement van kunstenaars in een samenleving die vreemd opkijkt van collectieve creatieve activiteit.’*

Volgens Parker en Pollock illustreert dit statement een tweezijdige aanklacht van het feminisme.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 342 Schrijven is blijven/eindelijk zichtbaar worden

Mary Kelly, Detail, Installation View, Generali Foundation, Perpsex units, white card, wood, paper, ink, mixed media, 36 units, 13 x 18 cm each, Collection, Australian National Gallery, Canberra. Gevonden op: http://www.marykellyartist.com/post_partum_document.html.

Een van de belangrijkste kwesties die Parker en Pollock in Engeland signaleren is het gebrek aan systematische aandacht voor het werk van vrouwelijke kunstenaars door kunstcritici uit eigen land (zie ook aflevering 341).

Deze kwestie speelt natuurlijk ook in andere landen, zoals eerder in dit feuilleton aan bod is geweest. Denk aan Nederland, Amerika, Frankrijk, Duitsland enzovoort. Maar goed, Parker en Pollock beperken zich tot het Verenigd Koninkrijk.

Wat ook node gemist wordt zijn mensen die de feministische positie kunnen overbrengen, die feministische kunst kunnen uitleggen aan het publiek. Uit ervaring blijkt dat de dominante vorm van kennis over kunst wordt geleverd door geschreven teksten.*

Mary Kelly (zie over haar afleveringen 145 en 217) schrijft bijvoorbeeld dat kunstenaars over het algemeen beweren dat de catalogus belangrijker is dan de tentoonstelling. De catalogus geeft specifieke duurzaamheid aan het tijdelijke evenement, een authentiek ding in de vorm van een historische getuigenis. Samen met kunstboeken en kunsttijdschriften zijn tentoonstellingscatalogussen de belangrijkste manieren om van afbeeldingen van kunstwerken te genieten, en ze, op een bepaalde manier, te bezitten.*

De schaarste aan geschriften over feministische kunst, en het feit dat áls er wat verschijnt het niet echt opvalt in publicaties (kleine oplage, eenmalig of kortlopend), heeft feministisch werk onzichtbaar gemaakt. Meestal schrijven kunstenaar zelf over feministische kunst, de enige manier om de schaarste aan kritieken enigszins op te vangen. De vrouwelijke kunstenaars zijn de verdediger van hun eigen werk, de curator van hun eigen tentoonstellingen, de catalogus samensteller, redacteur en uitgever, en nemen zelf het eigen werk of het werk van vrouwelijk collega’s op (foto, film, video).*

Met hun boek doen Parker en Pollock een duit in het geschriftenzakje: hun bijdrage aan het zichtbaar maken van de feministische kunstenaar.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.xiii-xvii.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 341 Voortdurende discriminatie vergt dubbel extra hard knokken

Foto gevonden bij artikel van Mama Cash, getiteld: Vrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd, van 3 februari 2019. Gevonden op: https://www.mamacash.org/nl/vrouwen-in-kunst-en-cultuur-zwaar-ondervertegenwoordigd.

Degenen met macht op het gebied van maatschappelijke positie en gender, die over kunst schrijven, kunst tentoonstellen, over kunst publiceren, en kunstprijzen uitdelen, hebben systematisch gewerkt aan de voortzetting van de mannelijke dominantie in deze tak van sport, aldus Parker en Pollock* (zie ook aflevering 340). Tegenwoordig zou je toevoegen dat het gaat om witte middenklasse mannen, want het was in feite maar een klein groepje in vergelijking met de rest van de mensen op de aardbol.

Die macht toont bijvoorbeeld de jury van de Arts Council of Great Britain (tegenwoordig Arts Council England) in 1980. Vrouwelijke kunstenaars willen, vragen en eisen dat vrouwen gelijkelijk delen in de toekenning van subsidies en prijzen aan kunstenaars. De voltallige jury, een mannenbolwerk, maakt er geen geheim van dat ze vrouwelijke kunstenaars buiten beschouwing  laten. Een van de mannen verklaart: ‘dit ding (verwijzend naar de deelname van vrouwen) is veel te ver gegaan en het is tijd dat een halt toe te roepen’, waaraan hij als verklarende factor toevoegt: ‘vrouwen hebben onvoldoende diepgang om kunstenaar te zijn’.*

Het zijn dit soort meningen en vormen van gedrag die feministen in de vrouwenkunstenaarsbeweging enorm veel heeft gekost. Échte kosten, economisch en persoonlijk. Er is dus geen sprake van een academische kwestie. Vrouwen die zich verdiepen in vrouwen uit het verleden, hebben niet alleen maar het doel om zaken recht te zetten en te zorgen voor passende historische erkenning. Het gaat om het feit dat de materiële positie en de kunstpraktijk voor vrouwelijke kunstenaars onzeker is.*

Natuurlijk is het voor elke kunstenaar lastig om rond te komen van het eigen werk en/of erkenning te krijgen en een reputatie op te bouwen. Maar voortdurende discriminatie van vrouwen op alle niveaus van subsidieverlening, het verkrijgen van (andere vormen van financiële) ondersteuning, mogelijkheden tot exposeren en het verkrijgen van opdrachten, maakt het leven van vrouwelijke kunstenaars dubbel extra moeilijk en kwetsbaar.*

De foto bij deze aflevering hoort bij een artikel over de situatie van vrouwelijke kunstenaars anno 2019. Er blijkt in veertig jaar zo goed als niets veranderd.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.xiii-xvii.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 340 ‘…het einde van het kunstonderwijs zoals we het kennen’

Volgens Roszika Parker en Griselda Pollock is de feministische kritiek vergelijkbaar met, maar niet alleen maar terug te brengen tot, de gecoördineerde aanvallen op de modernistische paradigma’s* (zie ook aflevering 339), ofwel de aanvallen op het modernistische stelsel van modellen en theorieën als denkkader van waaruit in het modernisme de werkelijkheid geanalyseerd en beschreven wordt.

De economische en ideologische veranderingen in de jaren 1970 op sociaal en cultureel gebied, baant de weg voor het samengaan van radicale ontwikkelingen in de culturele politiek. Het levert vitale krachten voor sociale verandering in de vrouwenbeweging. De kwesties over vrouwen en kunst die feministen aankaarten komen flink aan bij de gevestigde kunst en zijn instituties, omdat deze structureel seksistisch zijn, aldus Parker en Pollock.*

De feministische activiteiten die het mannelijk privilege bedreigen roepen taaie weerstand op. Feministisch kunstenaar Susan Hiller (1940-28 januari 2019) illustreert deze dynamiek helder in een interview in 1978. Ze beschrijft een reactie van een mannelijke collega op de eis van studenten voor meer vrouwen in de leiding van de kunstacademie. De man is het er helemaal mee eens, vertelt Hiller. Hij vindt dat de leiding voor minstens vijftig procent uit vrouwen moet bestaan, alleen, voegt hij eraan toe: ‘natuurlijk betekent dat het einde van het kunstonderwijs zoals we het kennen’.*

Een waarheid als een koe, lijkt mij. Al zal deze man daar andere gevoelens bij hebben gehad dan de vrouwen op de kunstacademie. Zijn comfortabele bestaan wordt bedreigd, de vrouwen krijgen een inspirerende uitdaging.

De video bij deze aflevering toont een werk van kunstenaar Susan Hiller, Stories from the other side, waarover ze tegelijkertijd wordt geïnterviewd. In de vroege jaren 1980 begon ze te werken met audio en visuele technologie. Deze specifieke video is een kunstwerk gebaseerd op haar interesse in verhalen van mensen, en in dit geval over hun bijna-doodervaringen.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.xiii-xvii.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 339 Feminisme als katalysator en component in een breed front

Susan Hol, collage, 10062019.

Het waardesysteem dat kunstinstituties ondersteunt (zie aflevering 338) vindt grotendeels haar fundament in het modernisme, dat na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) ontstaan is.

Er was voor die oorlog al een ontwikkeling gaande in het denken, richting vooruitgang in plaats van behoud van het oude: het zogenoemde vooruitgangsdenken. Door de industriële revolutie was er veel veranderd in de samenleving en de eerste wereldtentoonstelling (1851, Crystal Palace, Londen, 1 mei- 15 oktober) gaf een extra boost. Tijdens die tentoonstelling showden westers landen hun nationale producten. Het wakkerde de concurrentiestrijd stevig aan. Alles moest beter, mooier, inventiever en unieker dan ooit worden (zie ook aflevering 160).

In de kunst ging het erom andere, nieuwe kunst te maken, zónder een link met wat voor traditie en conventie in de kunsten dan ook. Dat idee kreeg bijvoorbeeld vorm met Dada, dat – naast het al bestaande vooruitgangsdenken – extra gevoed werd door de waanzin van die Eerste Wereldoorlog (zie ook afleveringen 33-34).

Omdat het modernisme is ontsproten uit een tijd dat voornamelijk mannen de dienst uitmaakten, zijn de waardesystemen die kunstinstituties ondersteunen georiënteerd op ideeën van mannen, waardoor vrouwen ervan zijn uitgesloten. Als Pollock en Parker schrijven dat het genie genderspecifiek is (zie aflevering 338), dan bedoelen ze dat het hele concept ‘genie’ is gestoeld op een door mannen verzonnen constructie, waarvan vrouwen zijn uitgesloten.

Het feministische protest tegen de gangbare ideeën over wat goede kunst en goede kunstenaars vormt, was onderdeel van een brede aanval op de gevestigde kunst. In de jaren 1970 werd een begin gemaakt met culturele studies op universiteiten en hogescholen, er was een explosieve groei in gemeenschapskunstprojecten, er ontstonden radicale kunstenaarsgroepen zoals de kunstenaarsvereniging Artists Union en Artists for Democracy.* De eerste had een kort bestaan, de tweede is er nog steeds.

Kortom, feminisme was enerzijds een katalysator en anderzijds een component in een breed front.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.xiii-xvii.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 338 De notie van het genie is genderspecifiek

Ora Lerman, Trained As a Seamstress Mom Couldn’t Embroider Her Dreams, 1976, watercolor and pencil, 18 x 24 inches. Gevonden op: https://www.lermantrust.org/oralerman/.

Midden jaren 1970 aarzelen nog steeds veel vrouwen om de impact van hun gender op hun werk te erkennen (zie ook aflevering 337), maar in korte tijd verandert er veel. Eind jaren 1970 zijn er nog maar weinig vrouwen die hun gender als een belemmering voor hun werk zien. Er zijn dan zelfs kunstenaars die zich op positieve wijze met hun vrouw-zijn identificeren, waarbij ze de inzichten van het feminisme in hun kunstpraktijk betrekken.*

Achter deze verschuiving van het zelfbeeld van de vrouwelijke kunstenaars, ligt een feministische uitdaging. Het is tijd om de strijd aan te gaan met de gewoonte om kunst door vrouwen als tweederangs weg te zetten en als wezenlijk inferieur aan dat van mannen te beschouwen. Er komt een gigantische hoeveelheid onderzoek op gang naar vrouwelijke kunstenaars in het verleden. Het is een zoektocht naar hen die al zo lang uit de geschiedenis zijn weggepoetst.*

Het doel van dit onderzoek is niet om te laten zien dat vrouwen niet onderdoen voor mannen. Het belang is om de onderbouwingen van de kunstpraktijk te analyseren. In die roerige jaren 1960/70 is dat een analyse van 1) de conventionele visie van de kunstenaar als genius die onbelemmerd/volledig vrij de eigen gang kan gaan, en 2) de kunsten die totaal in beslag zijn genomen door eigen procedures en protocollen.*

Het wordt duidelijk dat er een relatie is tussen het waardesysteem dat kunstinstituties ondersteunt en de vrouw-man samenlevingsstructuur, ofwel: de notie van het genie is genderspecifiek.*

Eh, oh? Wat betekent dit precies?

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.xiii-xvii.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.