Aflevering 280 Het (nog lang niet) laatste woord over samenwerking

Sandy Orgel, Linen Closet, 1972. ‘As one woman visitor to my room commented, “This is exactly where women have always been—in between the sheets and on the shelf.”  It is time now to come out of the closet’, writes Sandy Orgel. Gevonden op: http://www.womanhouse.net.

‘Het verst doorgevoerde voorbeeld van samenwerking is wel de Woman’s Building in Los Angeles’, schrijft Lidewijn Reckman (feministische kunst internationaal, 1978, p.57). ‘Hier zijn allerlei vormen van feministische organisaties en activiteiten – zowel maatschappelijke als culturele – onder één dak gebracht. Er is een galerie, een centrum voor kunsthistorische studies, een boekwinkel, een drukkerij, een uitgeverij, er zijn theaterruimtes en filmzalen.’ (1978, p.57)

De Woman’s Building is ook aan bod geweest in de afleveringen 110-111, maar Reckman vertelt iets meer over wat er gedaan werd, zoals cursussen op allerlei gebied waaronder beeldende kunst, en een twee jaar durende opleiding in feministische kunst op academieniveau, waarbij de deelnemers een kunstgemeenschap vormen en zich samen met verschillende kunstdisciplines bezighouden. Tijdens zomerkunstprogramma’s kunnen feministen zeven weken lang hun creatieve mogelijkheden ontwikkelen, of kunstenaars hun feministische inslag. (1978, p.57)

De basis van de cursussen wordt gevormd door praatgroepen. Het gaat wederom om het bewustwordingsproces en het materiaal dat daaruit voorkomt voor het beeldend werk. Het is een vorm van samenwerking die ook te zien was bij Womanhouse, Los Angeles, 1971 (zie afleveringen 145, 217, 263-264). Een leegstaand huis kreeg zeventien kamers die elk een facet toonden van de dagelijkse sleur van het huisvrouwenbestaan. Aan de buitenkant keurig netjes en onopvallend, aan de binnenkant een grote dikke vette breuk met het beeld van de zorgende moeder, de perfecte gastvrouw, de attractieve minnares, de sobere huisvrouw en de punctuele, vindingrijke kokkin. (1978, p.57)

Het ging bij al die programma’s indertijd om de persoonlijke ontwikkeling en de professionele ontwikkeling tegelijkertijd. Je zag het niet alleen in Amerika, maar ook in Europa. Zo baseert Urike Rosenbach (zie ook aflevering 156) in Duitsland vanaf 1976 cursussen, bestaand uit drie fasen: theorieonderzoek (vrouwengeschiedenis), bewustwording (praatgroepen), praktijk (met materiaal uit de vorige twee fasen). Ze heeft vier groepen begeleid, maar moest elke groep om verschillende redenen weer afbreken. (1978, p.57)

In die tijd is in Nederland nog niets begonnen op dat gebied, maar er is wel begonnen met discussies over een opleiding binnen de Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst (SVBK). Verder zijn er zomerweken voor kunstenaars (v) waar het werk van en met elkaar besproken wordt, de beroepspositie onder de loep wordt genomen en met video geëxperimenteerd. Tot slot zijn er plannen voor vrouwenkunsthuizen, vrouwencultuurcentra en andere activiteiten om een feministisch kunstcircuit te realiseren. (1978, p.58)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Advertenties

Aflevering 279 Betsy Damon ontdekt allerlei facetten van haar eigen wezen

The 7000 year old woman (locatie / location: PIAC, Amsterdam) I. fotograaf: © Aggy Smeets © De Appel, Amsterdam & de kunstenaar(s)/the artist(s). Gevonden op: http://deappel.nl/nl/events/betsy-damon-the-7000-year-old-woman.

Betsy Damon verschijnt tijdens haar performance The 7000 Year Old Woman in evakostuum in de ruimte vol publiek en de acht vrouwen uit haar workshop (zie ook aflevering 278). Ze heeft haar huid geverfd in de kleur van rode aarde en is omhangen met tientallen zakjes waarin meel is vermengd met kleurstoffen. De zakjes verwijzen naar de vele borsten van een vruchtbaarheidsgodin.

Ze hurkt in de kring en de acht vrouwen heffen een soort monotone litanie aan. Een aantal rituele handelingen volgt daarna, zoals het omwikkelen van het lichaam van Damon met een lange witte doek.

De in het wit geklede vrouw (zie aflevering 278) voert met haar kleurige kluwen van touwen en draden een soort rituele dans uit terwijl ze de kluwen in cirkels rondom Damon afrolt. De vrouwen spreken teksten die over verkrachtingen gaan, teksten die beginnen met de woorden ‘ik herinner mij’. Tegen de verwachting van Damon in reageert het publiek niet met eigen herinneringen, waardoor ze even niet meer weet wat te doen. Ze moet improviseren en springt ze nog enige keren de kring rond, waarop ze langzaam de zakjes van haar lichaam begint te halen. Bijna geheel naakt verlaat ze ten slotte de kring.

Deze performance is gehouden in de ruimte van het PIAC in Amsterdam in 1978, maar daar houdt het niet op. Betsy Damon identificeert zich iedere keer opnieuw met deze 7000 jaar oude vrouw en probeert zo allerlei facetten van haar eigen wezen te ontdekken. Haar ervaringen deelt ze dan met haar vrouwenpubliek en probeert ze over te brengen.

De performance is dus op meerdere plaatsen uitgevoerd, ook in New York geloof ik. In de performance bij het PIAC staat het ontkomen aan de seksuele onderdrukking en de bevrijding uit seksuele frustraties centraal, schrijft Hedy Buursma, ‘daardoor krijgt deze abstracte 7000 jaar oude vrouw toch een zeer menselijk gezicht’.

Bij de vorige aflevering (278) is een video geplaatst van een re-enactment van de performance van Damon door kunstenaar Lucy Thane, die meer performances van Damon opnieuw heeft uitgevoerd.

Bronnen: feministische kunst internationaal, 1978, p.98 (Hedy Buursma) en deappel.nl.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 278 Betsy Damon, The 7000 Year Old Woman, groepsperformance

Een groot aantal kunstenaars zoekt samenwerking met het publiek en uit die ervaringen ontstaan initiatieven voor het geven van workshops (zie ook aflevering 277). Betsy Damon is daarvan een voorbeeld met haar workshop/performance The 7000 Year Old Woman, 6-12-1978 (zie ook afleveringen 188, 192).

Damon werkt eerst vier dagen met een groep van acht vrouwen. De workshop is vooral gericht op de bewustwording van het vrouw-zijn en wat dat voor ieder afzonderlijk betekent. Damon maakt daarbij gebruik van elementen uit verschillende psychotherapieën, zoals cocounseling, sensitivitytraining, bio-energetica en psychodrama.

Samen met de acht vrouwen uit de workshop maakt Damon dan de performance The 7000 Year Old Woman, waarbij ze voortbouwt op een thema waarmee ze in 1975 begon: het zoeken naar de eigen identiteit door – via de vrouwenlijn zoals zuster, moeder, tante, grootmoeder, overgrootmoeder enzovoort – terug te keren tot de oorsprong.

De bedoeling is dat het publiek meedoet aan de performance, dat zij inspringen op de vrouwen die herhaaldelijk een tekst beginnen met ‘ik herinner mij’. Het publiek, onwennig en wat bleu bij deze nieuwe kunstvorm, doet niets. En dus staat Damon er alleen voor, met haar acht vrouwen.

Op de vloer is een grote witte cirkel getrokken, met daaromheen vier in het zwart geklede vrouwen. In hun handen houden ze stokken waartussen aan touwen witte zakjes hangen. In de zakjes zitten rode zakjes met een rood papiertje waarop een tekst staat. De tekst gaat over verkrachting en andere seksuele ervaringen.

Een vijfde vrouw is in het wit gekleed en zit op de vloer met voor zich een kluwen van touwen en draden in verschillende kleuren. Aan een van de wanden hangt een vel papier met de tekst: Herinneringen, neem een rood zakje uit het witte, geef een herinnering aan het witte zakje, deel je herinneringen tijdens de performance. De drie overige vrouwen komen, in zwart gekleed, een voor een vanachter een gordijn de cirkel binnen terwijl ze met een bel rinkelen en met een stokje op een klein inlands instrument slaan, wat een sonoor geluid geeft. Alle in zwart geklede vrouwen nemen plaats in de cirkel, waarbij de staketsels met zakjes buiten de cirkel op de grond worden gelegd.

Dan verschijnt Damon in de ruimte…

De video bij deze aflevering is een re-enactment van deze performance door Lucy Thane, die meer performances van Damon opnieuw heeft uitgevoerd.

Bronnen: feministische kunst internationaal, 1978, p.57 (Lidewijn Reckman), en p.97-98 (Hedy Buursma) en deappel.nl.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 277 Individuele ervaringen en belevingen omzetten in gemeenschappelijke

Susan Hol, RijkGevuldBloemstillevenMetTulp, 2017. Tulpenproject waarbij ik gebruik maak van foto’s van tulpen die zijn ingestuurd door mede-tulpen-enthousiastelingen (zie ook het blog erover, klik daartoe op de foto).

De Duitse kunstenaars Dagmar Dorsten en Elke Lixfeld hebben ook enige jaren samengewerkt, zo schrijft Lidewijn Reckman in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.56) over het samenwerken van kunstenaars (v) (zie afleveringen 273-276). De vrouwen hielden zich bezig met het zichtbaar maken van de voorwaarden voor menselijke relaties; de zorg voor elkaar, het scheppen van sfeer en het inrichten van ruimtes, aldus Reckman. Deze kunstenaars en hun werk zijn al aan bod gekomen in aflevering 268, dus zie aldaar 😉

Natuurlijk noemt Reckman als voorbeeld van samenwerking tussen kunstenaars The Dinner Party, al is dit een samenwerking van een kunstenaar – Judy Chicago – met tweehonderd, vaak vrijwillige, helpers. In verschillende ateliers werd gewerkt met diverse technieken, want dit kunstwerk bevat ook onderdelen met traditioneel vrouwelijke technieken als keramiek en naaldwerk. (1978, p.56) Dit project is in de afleveringen 71 (met YouTube-filmpje), 225, 261 en 262 besproken.

Aflevering 265, getiteld A Portrait of the Artist as a Young Housewife, nog vers in het geheugen? Reckman noemt logischerwijs de ‘postkunst’ van Kate Walker en Sally Gallop – beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw – ook als samenwerkingsproject. Kleine genaaide, gehaakte of gebreide kunstwerken, bijvoorbeeld een gebakken ei of een sofakussen getransformeerd tot vagina met ritssluiting, gingen over de post naar elkaar. De postkunst groeide uit tot een groot uitwisselingsproject per post. (1978, p.56-57)

Kunstenaars zoeken niet alleen aansluiting bij elkaar maar ook bij het publiek. Reckman heeft het over samenwerking tussen professionele kunstenaars en ‘amateurs’, maar heeft het daarna over ‘vrouwenpubliek’. Ze schrijft ook: ‘Juist bij de feministische kunstenares zal het verwijt vanuit de vrouwenbeweging, dat zij ‘elitair’ bezig is, dubbel hard aankomen. Vandaar de pogingen om in haar onderwerpkeuze aansluiting te zoeken bij haar vrouwenpubliek.’ (1978, p.57)

Een niet zo gemakkelijke stap. De diskwalificatie ‘elitair’, waar ook in onze tijd zo ruimhartig mee gestrooid wordt, betekent wel dat deze ‘elite-persoon’ beschikt over specifieke vaardigheden en kennis die het gemiddelde publiek niet heeft. Maar samenwerking met het vrouwenpubliek biedt de kunstenaars wel de mogelijkheid om individuele ervaringen en belevingen om te zetten in gemeenschappelijke. Reckman noemt daarbij de happenings van de jaren 1960 (zie ook afleveringen 81, 180, 199), waarbij de actieve deelname van het publiek een vereiste was voor het realiseren van het kunstwerk. (1978, p.57)

Uit deze samenwerking met het publiek ontstaan ook initiatieven voor workshops …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 276 Word die je bent

Gertrud Vogler, 1981. Gevonden op: https://www.bild-video-ton.ch/bestand/objekt/Sozarch_F_5107-Na-10-103-004

De gevoelens die gepaard gaan aan het onvermogen om afscheid te nemen (zie aflevering 275) zijn zo intens en existentieel, dat een grafsculptuur geen realistische weergave kan zijn: het werkt te storend en ontnuchterend. De beeldhouwer wil de emotionele inhoud niet ‘laten verdrinken in kanten ruches, knoopsgaten, slobkousen en sprekend gelijkende portretten’, aldus Marlite Halbertsma (feministische kunst internationaal, 1978, p.60).

Om de pathetiek van het sterven duidelijk te maken, beperkt de beeldhouwer zich tot de anekdote en de symboliek. En hier komen Alice Arnold en Gertrud Vogler om de hoek kijken (zie aflevering 274), want zij verdiepten zich in die anekdoten en symbolen. Zij laten met hun foto’s zien hoe de negentiende-eeuwer dacht over zijn/haar intieme leefsfeer. Zij kozen juist de minder publieksgerichte kerkhofsculptuur, in plaats van bijvoorbeeld schilderijen in musea, vanwege het intieme karakter en omdat het hen in esthetische zin meer aansprak. (1978, p.61)

De rolpatronen en ideale voorstellingen rond man, vrouw en kind worden in kerkhofsculturen zonder enige terughoudendheid vormgegeven. De man is het hoofd van de familie, de vrouw is aanhankelijk en neemt de verzorgende taken op zich. Kinderen zijn lief en voor alles kind. De rolpatronen blijven intact tot de rand van het graf en zijn zelfs sterker dan de dood. Ook op het kerkhof wordt de vrouw onderdrukt, constateert Halbertsma. (1978, p.61)

Ze schrijft ook dat voor de feministe van nu de gebruikte symbolen nog gemakkelijk afleesbaar zijn, en ziet het als een bewijs hoe dichtbij het allemaal nog is en hoe kort geleden. (1978, p.61) Dat wás het ook, in 1978, en nog is het niet heel ver weg.

Arnold en Vogler doen hun kerkhofonderzoek zonder bijtende kritiek. Ze zien de beelden op de kerkhoven als monumenten van afhankelijkheid, maar ze zien ook ontroerende versteende smart. Ze hebben kritiek op en brengen een hommage aan die vrouwen die het allemaal hebben doorstaan. (1978, p.61)

Arnold en Vogler hebben een serie gemaakt getiteld Werde die Du bist, waarbij ze vrouwen tonen zoals ze waren: portretten van jonge verlegen echtenotes en strenge matrones. Het kerkhofproject is een onderzoek naar het verleden van vrouwen ‘dat onloochenbaar en onmiskenbaar een deel van onze huidige vrouwenexistentie is’, aldus Halbertsma. En ze vervolgt en sluit af met: ‘Word die je bent: verscholen achter rolpatronen en ideaalvoorstellingen leven vrouwen zoals wij.’ (1978, p.61)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 275 Onvermogen om afscheid te nemen

A sculpture by Onorato Toso, about 1910, for the Ribaudo tomb (Genua, bewerking achtergrond: Susan Hol). A photo of this work was used by Joy Division on the sleeve of their album Love Will Tear Us Apart. Foto gevonden op: https://blog.boggi.com/en/boggi-cities-en/cimitero-monumentale-di-staglieno-genova/.

Marlite Halbertsma noemt sentimenteel Realisme de overheersende stroming bij de kerkhofsculpturen (feministische kunst internationaal, 1978, p.60, zie ook aflevering 274). Maar ze plaatst daarbij een kanttekening, namelijk dat het realisme een zeer geëigende stijl is als het gaat om de weergave van de dagelijkse werkelijkheid en maatschappelijke problematiek. Ze verwijst daarbij naar wat Linda Nochlin over realisme heeft geschreven. (1978, p.60) Interesse? Lucky you! Ik heb daaraan zeer uitgebreid aandacht besteed in de afleveringen 228-253.

Nu heeft een kunstenaar het extra moeilijk met een realistische weergave als het gaat om overtuigingen en emoties die het aardse overstijgen. Volgens Halbertsma is dan ook een van de onopgeloste problemen in de negentiende-eeuwse kunst hoe vooral christelijke onderwerpen ‘eigentijds’ ofwel realistisch kunnen worden verbeeld. In de kerkhofsculptuur staan het verdriet om de overledene en de hoop op een weerzien centraal. (1978, p.60)

Philippe Ariès (1914-1984), historicus, wijst erop dat vanaf de achttiende eeuw de mens niet langer geobsedeerd is door de eigen dood, maar door die van de ander, zo weet Halbertsma te vertellen. Er ontstaat nieuwe rouwgedrag: de dood betekent de ondragelijke scheiding van de allerliefste. Dit nieuwe rouwgedrag, aldus Halbertsma, heeft te maken met het romantische liefdesideaal van toen, waarbij maar één mens ‘de ware’ is en met de veranderingen in het familieleven. (1978, p.60)

Halbertsma verklaart het nieuwe rouwgedrag nader (of misschien heeft ze dit van Ariès, dat is niet helemaal duidelijk): ‘Werk en thuis raken in die negentiende eeuw in toenemende mate gescheiden. Voor de man wordt de privésfeer de plaats waar hij alle vermoeienissen van de dag kan vergeten en waar hij zich pas een volledig mens voelt. De kleine familiekring is de beschutting tegen de boze buitenwereld. Vrouwen uit de burgerlijke milieus komen nooit buiten dat familiewereldje en kinderen worden zo lang mogelijk afhankelijk gehouden door langere schoolopleidingen.’ (1978, p.60)

De horizon van de maatschappij is voor vrouwen en kinderen dus beperkt tot de muren van het huis, de man heeft het huis als toevluchtsoord, de wereld daarbuiten is een stuk minder knus, gezellig en veilig (even ervan uitgaand dát het inderdaad zo leuk was binnen), dus ‘mensen klampen zich aan elkaar vast’, schrijft Halbertsma. Wat dan een verklaring voor de negentiende-eeuwse grafsculpturen oplevert: het onvermogen om afscheid te nemen. (1978, p.60)

Hoe komt de maker van een grafsculptuur dan tegemoet aan die gevoelens in het kunstwerk?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 274 Duo-schap in grafbeelden en fotografie

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.60. Alice Arnold / Gertrud Vogler, Frauen am Friedhof, 1978-1979, fotoserie, 24 x 18 cm.

Een andere vorm van samenwerking (zie ook aflevering 273) is die van de Zwitserse kunstenaars Alice Arnold (1952-?; op internet niet te vinden) en Gertrud Vogler (1936-2018). Zij delen hun liefde voor marmeren negentiende-eeuwse grafbeelden én voor fotografie. Samen gaan ze op stap en kiezen ze de onderwerpen voor hun foto’s. Ze maken beiden foto’s en drukken deze beiden af. Het uiteindelijke fotoproject is het product van hun gezamenlijke inspanning. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.56)

Hun onderwerp, de grafbeelden uit de negentiende eeuw, genoot hoge waardering in die negentiende eeuw en werd als volwaardig onderdeel van de beeldhouwkunst beschouwd. Het grote kerkhof in Genua gold als een bezienswaardigheid van de eerste rang, schrijft Marlite Halbertsma bij de extra informatie in de catalogus (feministische kunst internationaal, 1978, p.59-60). Die waardering werd in de eeuwen erna wel anders, wij kennen het meer als kitscherige grafbeelden.

Vogler en Arnold zijn vaak te vinden op de kerkhoven in Noord- en Zuid-Europa, met name in Genua en Milaan. Ze zijn geïnteresseerd in de typische kerkhofsymboliek waarin de rolpatronen duidelijk doorklinken (‘een trouwe echtgenote en een echte moeder was je en dat zegt alles’; ‘de vrouw zij onderdanig aan de man’), maar voelen zich ook aangetrokken door de ‘onloochenbare schoonheid en melancholische sfeer van de kerkhoven’, aldus Halbertsma (1978, p.60)

Bij de kerkhofsculptuur is geen sprake van l’art pour l’art, waardoor het afwijkt van andere kunst, zo merkt Halbertsma terecht op. In de negentiende en twintigste eeuw ging het namelijk om opdrachten. De beeldhouwer kreeg helder omschreven richtlijnen, zoals een bepaald aantal figuren, nauwkeurige gelijkenis, materiaal en opschriften. ‘Toch weerspiegelen zich in deze beeldhouwkunst wel degelijk allerlei stromingen van de negentiende- en twintigste-eeuwse kunst, van Neoclassicisme via Realisme naar Symbolisme en Jugendstil’, aldus Halbertsma. (1978, p.60)

Als overheersende stroming noemt Halbertsma een sentimenteel Realisme dat aansluit bij de salonkunst. (1978, p.60) Salonkunst? De salon, een openbare expositie van kunstwerken, werd in de negentiende eeuw definitief de beslissende en onmisbare vorm om het contact tussen kunstproducenten en -consumenten. Door maatschappelijke, economische en culturele ontwikkelingen moesten kunstenaars – inmiddels vrij en ongebonden, dus niet meer in dienst van een vorst en los van een gilde – hun werk op de een of andere manier zien te verkopen. Zo ontstond de salon als expositie/kunstverkoopruimte. (Bron: Kunstbus)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.