Aflevering 98 Feminisme: held op sokken?

Held op sokken, Bette Westera en Thé Tjong-Khing. Beeld gevonden op: https://verhaalkabaal.nl/2016/01/13/held-op-sokken-bette-westera-en-the-tjong-khing/

Was de uitvinding van de term feminisme voor de held op sokken (een thesis uit 1870)?

Karin Offen verwijst in haar boek European Feminisms, 1700-1950: A Politcal History, in een voetnoot, naar een iets vroeger in 1870 gevonden gebruik van het woord féminisme (2000, p.403). Het komt uit de Franse medische literatuur.

Een zekere Ferdinand-Valère Fanneau de la Cour schreef een korte thesis met de titel Féminisme et de l’infantilisme chez les tuberculeux. In zijn thesis gebruikt hij het woord féminisme als term voor het verzwakken of vervrouwelijken (féminiser) van het mannelijke lichaam tijdens ziekte. Deze thesis is in 1870 gepubliceerd.

Volgens Karen Offen is het onwaarschijnlijk dat de titel of de inhoud ervan publiekelijk van invloed is geweest, aangezien Frankrijk toen middenin toestanden met de Pruissen zat en vervolgens verwikkeld was in een burgeroorlog (1871).

In ieder geval ligt het eerste, te achterhalen, gebruik van de term ‘feminisme’ in Frankrijk. Het heeft echter een hele andere betekenis (het zwakker worden van de man die ziek is) dan waarmee Hubertine Auclert zichzelf en haar medestrijdsters voor het kiesrecht rond 1881 beschreef. Hoewel Karen Offen waarschijnlijk gelijk heeft en de thesis van Ferdinand-Valère nauwelijks sporen heeft achtergelaten in het publieke veld, vraag ik me af of Hubertine Auclert niet bekend was met de medische betekenis van féminisme.

Ik sluit niet uit dat in haar tijd de term gebruikt werd voor mannen die buiten het plaatje van de gebaande (macho) paden vielen. Misschien was het zelfs een scheldwoord voor de mannen die zich sterk maakten voor het kiesrecht van vrouwen. Zouden mannen als John Stuart Mill (1806-1873, filosoof en econoom), Henri de Saint-Simon (1760-1825, hervormingsdenker tijdens de Franse revolutie) en Charles Fourier (1772-1837, socialistisch theoreticus en filosoof), die de publieke aandacht vestigden op de ongelijke positie van vrouwen en de noodzaak van het vrouwenkiesrecht, niet uitgescholden zijn met ‘feminist!’?

Hoe dan ook, helden op sokken of niet, een ding is zeker: de termen feminisme of feminist zijn nooit onomstreden geweest.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Advertenties

Aflevering 97 Feminisme, een man?

Photo: alans1948, Molly Adams, CC BY 2.0, Warner Bros, Hulu; van de site: http://www.merriam-webster.com.

Was de uitvinder van de term feminisme misschien toch een man?

Om zeker te weten of de info over Hubertine Auclert klopt (zie aflevering 96), zoek ik verder op het wereldwijde web. Er duikt een met pret geschreven blog op dat opent met de zin ‘Fun etymological fact about feminism: a dude coined the term’ (Conger, 2015).

Er blijkt dus een man eersie te zijn geweest als het gaat om het gebruik van de term ‘feminisme’. Deze ‘dude’ is de radicale Franse filosoof Charles Fourier (1772-1837). Volgens de blogger bedacht Charles Fourier de term feminisme toen hij schreef over het onuitwisbare verband tussen de status van vrouwen en sociale vooruitgang. Een citaat van hem op het blog: Vrijheid is onwerkelijk en illusoir, tenzij iedereen ervan geniet. Waarmee Fourier bedoelde dat mannen én vrouwen recht hebben op vrijheid.

Nu is een vrolijk en vlot geschreven blog niet vanzelf een betrouwbare bron, dus zocht ik bevestiging bij andere bronnen. De ingangen ‘Charles Fourier’ en ‘feminisme’ leveren een scala aan informatie op. Menig digitaal beschikbaar artikel rept over Charles Fourier als degene die in 1837 de term feminisme heeft gemunt, maar omdat een enkeling hierover wat twijfels uit duik ik toch nog verder de krochten van internet in.

Is de uitvinder van de term feminisme onvindbaar?

Uiteindelijk zie ik ergens in een voetnoot ‘Karen Offen’ staan. Na enig speuren blijkt zij een historicus te zijn (Ph.D., Stanford University) die haar sporen ruimschoots verdiend heeft met publicaties over de (politieke) geschiedenis van het moderne Europa, vooral Frankrijk, en de positie van de vrouw. Ze heeft het boek European Feminisms, 1700-1950: A Politcal History (2000) geschreven, wat ik dus maar heel gauw besteld heb 😉 In het boek behandelt ze de oorsprong van de term feminisme, die volgens haar herleid kan worden tot het laat negentiende-eeuwse Franse politieke discours.

Ze schrijft dat ‘féminisme’ in die tijd vaak gebruikt wordt als synoniem voor vrouwenemancipatie. Ze schrijft ook dat veel Franse woordenboeken en veel historici de uitvinding van het woord féminisme ten onrechte hebben toegeschreven aan Charles Fourier. Volgens haar is de oorsprong van het woord féminisme nog steeds niet duidelijk en zijn er (nog) geen sporen gevonden van het woord voorafgaand aan de jaren 1870 (Offen, 2000, p.19).

Maar in een voetnoot (Offen, 2000, p.403) verwijst ze naar een iets eerder gevonden gebruik van het woord féminisme.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 96 Feminisme, een (etymologisch) brononderzoek

Buiten dat Marina Abramović zelf ontkent dat ze feminist is, moet ik zeggen dat ik het eigenlijk met haar eens ben. Het spreekt simpelweg niet uit haar werk en het is zeker niet iets waar ze het over heeft als ze over haar werk vertelt.

Maar wat is dan precies een feministische kunstenaar, wanneer ben je dat? Sowieso, wat is feminisme eigenlijk? Ha! Ik ben natuurlijk bij lange na niet de eerste die deze vraag stelt en al helemaal niet de enige die daar een antwoord op wil formuleren. Maakt niet uit, ik ga dit gewoon lekker op mijn manier uitspitten.

Het definiëren van feminisme is lastig, zoveel is zeker. Hoe komt dat? Ik denk dat Marlite Halbertsma daar in 1978 al een vrij goed antwoord op had. Ze schrijft in haar inleiding in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal: ‘Het feminisme blijkt […] al snel geen vaststaand geheel van op elkaar aansluitende theorieën te zijn, maar een verzameling van denkbeelden, die variëren naar de tijd en de plaats waar ze worden uitgesproken en die bovendien nauw samenhangen met de positie van de vrouw die ze formuleert (1978, p.5).’

De woorden van Halbertsma gelden in de huidige tijd nog steeds, al is er ondertussen een heel scala aan theorievorming geproduceerd. Maar om bij het begin te beginnen: waar komt de term ‘feminisme’ vandaan?

Wie was de uitvinder van de term, was het een vrouw?

De geboorte van term ‘feminisme’ hangt samen met de strijd voor het vrouwenkiesrecht eind negentiende eeuw. Tenminste, dat dacht ik altijd, maar zo eenvoudig blijkt dat niet te liggen. Zoekende op het wereldwijde web stuit ik als eerste op Hubertine Auclert (1848-1914). Zij was journalist en vurig strijder voor het kiesrecht. Naar het schijnt heeft zij als eerste vrouw de term ‘féminisme’ rond 1881 in een artikel gebruikt. In 2009 vond ik een blog getiteld Hubertine Auclert – une suffragette française (jazeker, geschreven in het Frans 😉 ) op de site van RoSa (Rol en Samenleving), een Belgisch expertisecentrum. In dat blog staat dat Auclert in dat jaar 1881 het maandblad La Citoyenne heeft opgericht waarin het bewuste artikel met de term ‘féminisme’ verscheen.

Een kolfje naar mijn hand natuurlijk: een vrouw die de term feminisme heeft gemunt. Bovendien lijkt het logisch dat een Française – al schrijvend over de vrouwenzaak en bekend met de woorden ‘femme’ voor ‘vrouw’ en ‘féminin’ voor ‘vrouwelijk, van de vrouw(en)’ – terechtkomt bij een woord als ‘feminisme’.

N.B. Het is daarbij goed om te weten dat ‘isme’ een achtervoegsel is ‘[…] waarmee van (veelal) uitheemse zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en eigennamen zelfstandige naamwoorden worden gevormd die betekenen: geheel van opvattingen, beweging, richting, systeem mbt. het in het grondwoord bedoelde’ (Dikke Van Dale, 2015). Dus om een beweging aan te duiden die zich bezighoudt met zaken die vrouwen betreffen, zal een frans persoon al gauw met het woord ‘féminin’ komen tot ‘féminisme’. In de Nederlandse taal verdwijnt het accent en wordt het ‘feminisme’.

In hoeverre kloppen deze gegevens?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 95 Land Art-moment

Drie wolkjes en verdwijnende vliegtuigstrepen, Susan Hol, 2011.

In de vroege jaren 1970 had Marina Abramović haar eigen ‘Land Art-moment’. Robert Smithson had toen al zijn Spiral Jetty (1969-1970) voltooid (zie mijn artikel over Land Art en de feuilletonafleveringen 31, 75 en 76). Of de activiteiten van de Land Art kunstenaars van invloed zijn geweest op Abramović weet ik niet, maar iets ervan zal zeker doorgesijpeld zijn naar Joegoslavië.

Abramović beschrijft haar moment van ontsnapping aan de studio in diverse boeken en interviews. Elke versie varieert en het verhaal wordt in de loop van de tijd steeds fraaier, maar de kern blijft gelijk. Ik kies de versie die ze vertelde aan Klaus Biesenbach (boek: Marina Abramović, uitgever Phaidon, ©2008, de mijne is een herdruk uit 2013, p.9):

Op een dag zag ik twaalf militaire vliegtuigen voorbij komen, en zij maakten een ongelooflijke tekening in de lucht. De lijnen verschenen en verdwenen, en toen was er weer blauwe lucht. […] het was een openbaring. Dat was het moment dat ik stopte met schilderen. Waarom zou ik iets moeten gebruiken dat tweedimensionaal is als ik de vrijheid had alles te gebruiken wat ik maar wilde? Ik kon vuur en water en het lichaam en geluid gebruiken.

Sindsdien heeft ze geen kwast meer aangeraakt, vertelt ze Klaus Biesenbach (2013, p.9). In haar memoir Walk through walls staat dat ze toch niet helemaal stopte met schilderen, omdat ze naar de kunstacademie wilde en daarvoor divers werk moest kunnen laten zien (p.38). Hoe het dan ook precies zit, ze gaat in ieder geval experimenteren met geluid in haar studententijd (1972).

In 1973 maakt Abramović Rythm 10, waarbij ze razendsnel met een mes tussen haar gespreide vingers steekt (beschreven in aflevering 88). In 1974 maakt ze:

  • Rythm 5, waarbij ze in het midden van een brandende Joegoslavische Rode Ster ligt (beschreven in aflevering 87);
  • Rythm 2, waarbij ze zichzelf ‘vergiftigt’ met medicatie tegen acute katatonie (ontregeling van het motorische systeem) en schizofrenie, terwijl ze deze aandoeningen niet heeft;
  • Rythm 4, waarbij ze naakt, op haar knieën, met haar gezicht boven een luchtblazer hangt en zich zo de adem laat benemen tot ze bewusteloos raakt en weer bijkomt zonder dat iemand ingrijpt;
  • Rythm 0, met de 72 voorwerpen op een tafel (beschreven in aflevering 87).

In WACK! art and the feminist revolution (2007, Mitt Press, London, edited by Lisa Gabrielle Mark) staat vreemd genoeg te lezen dat Abramović haar live performances gebruikt om de breuklijnen van feminisme en kunst in kaart te brengen (p.354, auteur Peggy Phelan).

Hoe valt dat te rijmen met Abramović’ steevaste ontkenning dat ze feminist is?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 94 Abramović: ‘Ik ben altijd een soldaat geweest’

Foto overgenomen van http://the-talks.com/interview/marina-abramovic/.

Vindt Marina Abramović, als slachtoffer van jarenlang huiselijk geweld, verlichting van haar psychische pijn in zelfverwonding? Deze vraag is terecht in het licht van het hele verhaal in de afleveringen 88 t/m 93. Het antwoord erop is echter geen eenvoudig ja of nee.

Het kan zijn dat de keuze voor performances met zelfverwonding gemotiveerd is door haar heftige verleden. Maar er is meer aan de hand.

Abramović heeft bijvoorbeeld niet alleen maar performances gedaan waarbij ze zichzelf verwond, haar oeuvre is veelzijdiger dan dat.

Een tweede belangrijk punt is de tijd. De filosoof Jerrold Levinson heeft tijd in zijn definitie genoemd ‘X is een kunstwerk op tijdstip t…’ (zie aflevering 49). In de tijd dat Abramović haar eerste heftige performances deed, was ze niet de enige. Er kantelde in die periode van alles in de kunstwereld. Er is niet alleen Fountain geweest, waarover ik in dit feuilleton al veel geschreven heb (in aflevering 30 voor het eerst). Er was meer, veel meer.

Een laatste punt is hoe ze zichzelf ziet. In een interview zegt Abramović: ‘Ik ben altijd een soldaat geweest’ (The Talks, june 13, 2012). Ze voelt zich meer soldaat dan feminist, of eigenlijk ontkent ze telkens opnieuw dat ze feminist is, terwijl haar werk prima past tussen de kunst van de feministische avant-garde. In haar memoir Walk through walls (2016, p.66-67) schrijft ze:

Mijn vader en moeder hadden veel fouten; maar het waren wel heel dappere, sterke mensen en ze hebben veel van die kracht en moed aan mij doorgegeven. Een groot deel van mij vindt het onbekende, het idee dat je risico’s neemt, reuze spannend en enorm opwindend. Als het om riskante dingen gaat, zit ik nergens mee. Ik ga er gewoon voor. […] Rythm 10 was volkomen gestoord. Het was gebaseerd op een drankspelletje van Russische en Joegoslavische boeren: je spreidt je vingers op een houten bar of tafel en steekt er razendsnel een scherp mes tussen. Elke keer als je mist en jezelf in je hand steekt, moet je een glas leegdrinken. Hoe zatter je wordt, hoe groter de kans dat je jezelf steekt. Net als Russische roulette gaat het om moed, dwaasheid, wanhoop en duisternis – het volmaakte Slavische spel.

De performance Rythm 10 is beschreven in aflevering 88.

De komende afleveringen besteed ik aandacht aan de drie in deze aflevering genoemde punten.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 93 Abramović: ‘ik heb me nooit thuis gevoeld’

Bed. Idee, foto en bewerking: Susan Hol, 2013-2018.

In diverse biografieën en interviews valt te lezen dat Marina Abramović veel werd geslagen om allerlei, voor haar vaak onnavolgbare, redenen. ‘Thuis’ was een uiterst onveilige en gewelddadige omgeving voor de kleine meid. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat ze het verblijf van een jaar in het ziekenhuis omschrijft als de gelukkigste, meest geweldige tijd van haar leven.

In de biografie When Marina Abramović dies (James Westcott, 2014, p.16) valt te lezen dat Abramović in het ziekenhuis was opgenomen vanwege een toenemende versterkte bloedingsneiging na de diverse klappen (zoals een neusbloeding die nauwelijks stopte), maar ook omdat de wond van een uitgevallen melktand dagenlang bleef bloeden. Voor de aandoening hemofilie (niet of nauwelijks te stoppen bloeding) werd uiteindelijk geen enkele aanwijzing gevonden, aldus Westcott.

De precieze oorzaak en welke behandeling effectief kon zijn bleven een mysterie. Wat niemand indertijd bedacht, schrijft Westcott, was de mogelijkheid van psychosomatiek. Volgens Westcott kon het een psychosomatische reactie zijn op de komst van haar broertje, een hysterische truc om de aandacht en liefde van haar ouders te winnen. Als bewijs daarvoor noemt hij een vergelijkbaar medisch geval in een voetnoot (Westcott, 2014, p.16).

Mocht Westcott hierin gelijk hebben, dan zou ik eraan toe willen voegen dat het ook een manier was om aan de eenzaamheid en het fysieke geweld te ontsnappen. De door hem gebruikte term ‘hysterisch’ begrijp ik dan in de vroege freudiaanse betekenis: psychische problemen die zich uiten in lichamelijke symptomen. In mijn werk als dramatherapeut ben ik dit regelmatig tegengekomen. Zo bleek een oudere vrouw met hoge bloeddruk, die naar eigen zeggen ‘verder niks mankeerde’, een fikse innerlijke strijd te voeren over de situatie rondom het overlijden van haar echtgenoot zes jaar daarvoor. Via theaterachtige spelsituaties kwam dit aan bod en ter sprake. Het heeft haar geholpen: de hoge bloeddruk verdween.

Het is, met andere woorden, goed mogelijk dat de kleine Marina zichzelf onbewust een dienst bewees en een veilig heenkomen creëerde in het ziekenhuis. Ze vertelt in het boek Getting there (Segal, 2015, p. 109): ‘Iedereen zorgde voor mij en niemand strafte mij. Ik heb me nooit thuis gevoeld in mijn eigen huis en ik voel me nooit ergens thuis.’

De in haar vroege kinderjaren, maar ook nog lang daarna, opgelopen psychische pijn, de doelbewuste, herhalende en directe handeling van de zelfverwonding (zie afleveringen 88 t/m deze aflevering), het ‘klopt’ allemaal. Als je puur naar deze aspecten kijkt, kun je Marina Abramović een slachtoffer van huiselijk geweld noemen die verlichting van haar psychische pijn vindt in zelfverwonding. Maar is dat het hele verhaal?

N.B. Er zijn talloze boeken en artikelen van en over Abramović. Wil je meer over haar leven weten? Keuze genoeg. Ik denk dat James Westcott met zijn biografie When Marina Abramović dies, het meest volledig is. Abramović heeft eraan meegewerkt. Het meest recente boek van haar is Walk through walls, een memoir. Dat is een mooi verhaal maar … nou ja, in mijn blog over dat boek heb ik dat duidelijk verwoord.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 92 Abramović: ‘alles was extreem’

Omslag ‘Getting there’, overgenomen van https://www.bol.com/nl/f/getting-there/9200000040610721/.

Marina Abramović’ grootmoeder nam de kleine Marina in huis omdat ze zich zorgen maakte over haar gezondheid. Uit die tijd stamt ook een vrij typisch verhaal, genoteerd door James Westcott in When Marina Abramović dies (2014, p.13).

Dat verhaal gaat als volgt: grootmoeder Milica moest kleindochter Marina op een dag even alleen thuis laten. Ze zette haar kleindochter aan tafel met een glas water voor zich en zei dat Marina moest blijven zitten. Ze zou gauw weer terug zijn. Twee uur later kwam Milica terug. Ze zag dat haar kleindochter in exact dezelfde houding zat als toen ze wegging en niet eens een slokje water had genomen.

Toen ik dit las was mijn eerste gedachte: als iets Abramović performances kenmerkt, is het wel dit soort uithoudingvermogen. Of moet je het wilskracht noemen? Of is het een soort hardnekkige koppigheid, een gevoel van ‘ik zal ze eens wat laten zien’?

Abramović zelf vertelt dat ze op haar zesde teruggestuurd werd naar haar ouders (bijv. in het boek Getting there, Segal, 2015, p. 109), maar Westcott (2014, p.15) laat ons weten dat ze met haar grootmoeder in het huis van haar ouders gaat wonen omdat er een baby op komst is, het broertje van Abramović.

Voor Abramović breekt dan een periode aan die ze zelf omschrijft als ‘heel ongelukkig. Ik ben opgegroeid met ongelooflijke controle, discipline en geweld thuis. Alles was extreem. Mijn moeder kuste me nooit. Toen ik vroeg waarom, zei ze: “Om je niet te verwennen, natuurlijk.” Ze had een bacteriefobie, zodat ze me niet toestond om met andere kinderen te spelen uit angst dat ik misschien een ziekte zou krijgen. […] Ik bracht het grootste deel van mijn tijd alleen door op mijn kamer. Er waren veel, veel regels. Alles moest in perfecte staat zijn. Als ik slordig in bed sliep, maakte mijn moeder me midden in de nacht wakker en droeg me op om recht laten slapen.’ (Getting there, Segal, 2015, p. 109.)

En zo gaat het nog even door…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.